Arabisch
Engels
Frans
Duits
DPMJN FORUM
AlbahjaTransArabe Freelance Beëdigd tolken & vertalen Nederlands <---> Arabisch Welcome A.T.A.F. مرحبا بكم Welcome ; Time GMT - UTC Amsterdam GMT+2 Argentinië GMT-3 Australië-Brisbane GMT+10 Australië-Melbourne GMT+11 Australië-Perth GMT+8 Australië-Tasmanië GMT+11 Azores GMT-1 Baghdad GMT+3 Beijing GMT+8 Berlin GMT+1 Bolivia GMT-4 Brazilië-Amazone GMT-4 Brazilië-Andes GMT-5 Brazilië-Oostkust GMT-2 Brussels GMT+2 BuenosAires GMT-3 Bulgarije-Sofia GMT+2 Canada-Calgary GMT-7 Canada-Nova Scotia GMT-4 Canada-Quebec GMT-5 Canada-Toronto GMT-5 Canada-Vancouver GMT-8 Canada-Winnipeg GMT-6 Canarische eilanden GMT Chicago GMT-6 Chili GMT-4 China GMT+8 China-Taiwan GMT+8 Colombia GMT-5 Cuba GMT-5 Denver GMT-7 Egypte GMT+2 Filipijnen GMT+8 Finland GMT+2 Ghana GMT Griekenland GMT+2 HongKong GMT+8 Honolulu GMT-10 Ijsland GMT Indonesië-Bali,Borneo GMT+8 Indonesië-Irian Jaya GMT+9 Indonesië-Sumatra,Java GMT+7 Irak GMT+3 Italië GMT+2 Jakarta GMT+7 Jamaica GMT-5 Japan GMT+9 Johannesburg GMT+2 Kaapverdische eilanden GMT-1 Kairo GMT+2 Kenya GMT+3 Koeweit GMT+3 Korea(Noord & Zuid) GMT+9 Lima GMT-5 London GMT Maleisië GMT+8 Marokko GMT Mexico City GMT-6 Moscow GMT+3 New York GMT-5 Nieuw Zeeland GMT+13 Oekraine GMT+3 Oezbekistan GMT+5 Pakistan GMT+5 Paris GMT+2 Perth GMT+8 Peru GMT-5 Polen GMT+1 Portugal GMT Rio de Janeiro GMT-2 Roemenië GMT+2 Rusland-Kamchatka GMT+12 Rusland-Kiev/Minsk GMT+2 Rusland-Moskou GMT+3 Rusland-Vladivostok GMT+10 San Francisco GMT-8 Saoedi-Arabië GMT+3 Singapore GMT+8 Spanje GMT+2 Suriname GMT-3 Sydney GMT+11 Tahiti GMT-10 Thailand GMT+7 Tokyo GMT+9 Tonga GMT+12 Turkije GMT+2 Usa-Alaska GMT-9 Usa-Centraal-Oost GMT-6 Usa-Centraal-West GMT-7 Usa-Hawaii GMT-10 Usa-Ooskust GMT-5 Usa-W-Alaska GMT-10 Usa-Westkust GMT-8 Venezuela GMT-4 Vietnam GMT+3 Zuid Afrika GMT+2 Zweden GMT+1 1. Al-Faatihah Het Begin 2. Al-Baqarah De Koe 3. Al-Imraan Het Huis van Imraan 4. An-Nisa De Vrouwen 5. Al-Maidah De Tafel 6. Al-An'aam Het Vee 7. Al-Aa'raaf De Verheven Plaatsen 8. Al-An'faal De Oorlogsbuit 9. At-Taubah Berouw 10. Joenos Jonas 11. Hoed Hoed 12. Joesof Jozef 13. Ar-Ra'd De Donder 14. Ibrahiem Abraham 15. Al-Hidjr Het Rotsachtige Pad 16. An-Nahl De Bij 17. Al-Israa, Banie Israa'iel De Nachtelijke Tocht, De Kinderen van Israël 18. Al-Kahf De Spelonk 19. Marjam Maria 20. Taa Haa Taa Haa 21. Al-Anmbi'jaa De Profeten 22. Al-Hadj De Pelgrimstocht 23. Al-Mominoen De Gelovigen 24. An-Noer Het Licht 25. Al-Forqaan Het Criterion 26. Asj-Sjoaraa De Dichters 27. An-Naml De Mieren 28. Al-Qasas De Vertelling 29. Al-Ankaboet De Spin 30. Ar-Roem De Romeinen 31. Loqmaan De Wijzen 32. As-Sadjdah De Aanbidding 33. Al-Ahzaab De Confrères 34. Saba De Stad van Saba 35. Faatir De Schepper 36. Jaa Sien Jaa Sien 37. As-Saaffaat Zij die in de Rangen behoren 38. Saad Saad 39. Az-Zomar De Groepen 40. Al-Momin De Gelovige 41. Fussilat Fussilat 42. Asj-Sjoera De Consultatie 43. Az-Zochrof Gouden Juwelen 44. Ad-Dochaan De Rook 45. Al-Djaasi'jah Het Knielen 46. Al-Ahqaaf Bochtige Zandpaden 47. Mohammed Mohammed 48. Al-Fat'h Overwinning 49. Al-Hodjoraat De Vertrekken aan de Binnenkant 50. Qaaf Qaaf 51. Az-Zaari'jaat De Winden die Verspreiden 52. At-Toer De Berg 53. An-Nadjm De Ster 54. Al-Qamar De Maan 55. Ar-Rahmaan De Meest Gracieuze 56. Al-Waaqiah De Onoverkomelijke Gebeurtenis 57. Al-Hadied Het IJzer 58. Al-Modjaadalah De Vrouw die Pleit 59. Al-Hasjr De Bijeenkomst 60. Al-Momtahanah De Vrouw die Ondervraagt zal worden 61. As-Saff De Strijdplaats 62. Al-Djomo'ah De Vrijdag (Bijeenkomst) 63. Al-Monaafiqoen De Huichelaars 64. At-Taghaabon Beider Verlies en Winst 65. At-Talaaq De Scheiding 66. At-Talaaq Denkende dat iets Verboden is 67. Al-Molk De Dominie 68. Al-Qalam De Pen 69. Al-Haaqqah De Zekere Realiteit 70. Al-Ma'aaridj De Manieren van Ascentie 71. Noeh Noach 72. Al-Djinn De Djinn 73. Al-Mozzammil Gevouwen in Kleding 74. Al-Moddassir Iemand die Gebundeld is 75. Al-Qi'jaamah De Resurrectie 76. Ad-Dahr, Al-Insaan De Tijd, De Mensen 77. Al-Morsalaat Zij Die Gezonden Waren 78. An-Naba Het Nieuws 79. An-Naziaat An-Naziaat 80. Abasa Hij Fronste 81. At-Takwier Het Opvouwen 82. Al-Infitaar Het Klievende 83. Al-Motaffifeen Daden in Fraude 84. Al-Insjiqaaq De Splijting 85. Al-Boroej De Tekens van de Zodiak 86. At-Taariq De Nachtelijke Bezoeker 87. Al-Ala De Allerhoogste 88. Al-Ghaasjijah Het Overweldigende Evenement 89. Al-Fadjr De Dageraad 90. Al-Balad De Stad 91. Asj-Sjams De Zon 92. Al-Lail De Nacht 93. Ad-Dhohaa De Glorieuze Ochtend 94. Asj-Sjarh De Expansie 95. At-Tien De Vijg 96. Al-Alaq Het Geronnen Bloed 97. Al-Qadr De Waardevolle Nacht 98. Al-Bajjinah Het Uitsluitende Bewijs 99. Az-Zalzalah Het Geschudene 100. Al-Aadi'jaat Zij Die Rennen 101. Al-Qaariah De Dag van Oproering 102. At-Takaasor Opstapelen 103. Al-Asr De Tijd door de Tijden 104. Al-Homazah De Schandaal Verspreider 105. Al-Fiel De Olifant 106. Qoraisj Qoraisj 107. Al-Maa'oen De Noden van Buren 108. Al-Kausar Overvloed 109. Al-Kaafiroen De Ongelovigen 110. An-Nasr De Overwinning 111. Al-Masad, Al-Lahab De Palmvezel, De Vlam 112. Al-Ichlaas Zuiverheid van Geloof 113. Al-Falaq De Dauw 114. An-Naas De Mensheid 36. Jaa Sien In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. 1. Jaa Sien. 2. Bij de Koran, die vol van Wijsheid is, 3. Gij zijt inderdaad één der boodschappers 4. Op het rechte pad. 5. Dit is een openbaring van de Almachtige, de Genadevolle. 6. Opdat gij een volk moogt waarschuwen welks vaderen niet zijn gewaarschuwd en dat achteloos leeft. 7. Het Woord heeft zich reeds bewaarheid ten opzichte van de meesten hunner, want zij geloven niet. 8. Wij hebben om hun hals ijzeren banden gelegd die tot aan hun kin reiken, zodat hun hoofd omhoog geheven blijft, 9. En Wij hebben een hinderpaal vóór hen en een hinderpaal achter hen geplaatst en Wij hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien. 10. En het is hun hetzelfde of gij hen waarschuwt of niet; zij willen niet geloven. 11. Gij kunt slechts hem waarschuwen die de vermaning zou willen volgen en de Barmhartige in het verborgene vrezen. Geef hem daarom blijde tijdingen van vergiffenis en een ruime beloning. 12. Voorzeker, Wij zijn het Die de doden doen herleven, en wat zij doen, optekenen evenals de sporen die zij nalaten en Wij hebben alle dingen in een duidelijk boek geschreven. 13. Geef hun de gelijkenis van de bewoners ener stad , to en de boodschappers tot haar kwamen. 14. Wij zonden tot hen twee boodschappers maar zij verloochenden dezen waarop wij hen met een derde versterkten en zij zeiden: "Waarlijk, wij zijn tot u gezonden." 15. Zij (de bewoners) antwoordden: "Gij zijt slechts mensen zoals wij en de Barmhartige heeft u niets geopenbaard; gij liegt slechts." 16. Zij zeiden: "Onze Heer weet dat wij inderdaad tot u zijn gezonden. 17. Op ons rust slechts de duidelijke verkondiging (der boodschap)." 18. Het volk zeide: "Waarlijk, wij beschouwen u als een slecht voorteken; als gij niet ophoudt, zullen wij u gewis stenigen en een pijnlijke straf zal zeker onzerzijds over u komen." 19. Zij antwoordden: "Uw onheil is bij u. Zegt gij dit omdat gij vermaand zijt? Neen, gij zijt een volk dat alle perken te buiten gaat." 20. En er kwam een man aanhollen van het verste gedeelte der stad; hij zeide: "O mijn volk, volg de boodschappers; 21. Volg hen, die van u geen beloning vragen en die goed geleid zijn. 22. En welke reden heb ik, dat ik Hem, Die mij schiep en tot Wie gij zult worden teruggebracht, niet zou aanbidden? 23. Zal ik anderen tot goden nemen naast Hem? Indien de Barmhartige kwaad met mij zou voorhebben, zou hun bemiddeling mij niets baten noch kunnen zij mij redden. 24. Dan zou ik inderdaad in openlijke dwaling verkeren. 25. Ik geloof in uw Heer, luistert daarom naar mij." 26. Er werd gezegd: "Ga het paradijs binnen." Hij riep uit: "O, als mijn volk slechts wist, 27. Hoe mijn Heer mij vergiffenis heeft geschonken en mij tot een der geëerden heeft gemaakt!" 28. En Wij zonden na hem geen schare (van engelen) uit de hemel neder (tot zijn volk) noch zenden Wij die ooit (op die wijze) neder. 29. Het was slechts een enkele kreet en ziet; zij waren als uitgeblust. 30. Wee, over de mensen: er komt geen boodschapper tot hen of zij bespotten hem. 31. Hebben zij niet gezien, hoeveel geslachten Wij vóór hen hebben vernietigd, die niet tot hen terugkeren? 32. Maar gewis, allen zullen tezamen voor Ons worden gebracht. 33. En de dorre aarde is voor hen een teken; Wij doen deze herleven en brengen graan uit haar voort, waarvan zij eten. 34. En Wij hebben er tuinen van dadelpalmen en druiven aangelegd en Wji deden er bronnen ontspringen, 35. Opdat zij van de vruchten daarvan mogen eten, en genieten van hetgeen hun handen toebereiden. Willen zij dan niet dankbaar zijn? 36. Glorie zij Hem, Die alles in paren schiep van hetgeen op aarde groeit en van hen zelf en van hetgeen zijn nog niet kennen. 37. En voor hen is de nacht een teken. Wij nemen de dag weg en ziet! zij zijn in duisternis. 38. En de zon beweegt zich naar haar bestemming. Dat is het gebod van de Almachtige, de Alwetende. 39. En voor de maan hebben Wij fasen bepaald tot zij als een oude tak van een palmboom wordt. 40. De zon mag de maan niet achterhalen noch kan de nacht de dag voorbijstreven. Zij zweven elk in hun eigen baan. 41. En het is voor hen een teken, dat Wij hun nakomelingen in het geladen schip dragen. 42. En Wij zullen voor hen nog iets dergelijks scheppen, waarop zij zullen varen. 43. En indien Wij willen, zullen Wij hen doen verdrinken, er zal dan voor hen geen helper zijn noch kunnen zij gered worden, 44. Dan door Onze barmhartigheid en als tijdelijk genot (voor hen op aarde). 45. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Behoedt u tegen hetgeen vóór u is en hetgeen achter u is, opdat u barmhartigheid moge worden betoond." 46. Maar er komt geen teken tot hen van de tekenen van hun Heer, of zij wenden er zich van af. 47. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Besteedt van hetgeen Allah u heeft geschonken," zeggen de ongelovigen tot de gelovigen, "Moeten wij hem voeden? Indien het Allah behaagde zou Hij hem hebben kunnen voeden. Gij verkeert slechts in een klaarblijkelijke dwaling." 48. En zij zeggen: "Wanneer zal deze Belofte worden vervuld, als gij de waarheid spreekt?" 49. Zij wachten slechts op een plotselinge straf die hen zal overkomen terwijl zij nog aan het redetwisten zijn. 50. En zij zullen geen testament meer kunnen maken noch zullen zij tot hun families terugkeren. 51. En de bazuin zal worden geblazen, en ziet! zij zullen zich vanuit hun graven naar hun Heer haasten. 52. Zij zullen zeggen: "O wee ons, wie heeft ons van onze slaapplaatgen gewekt? Dit is hetgeen de Barmhartige heeft beloofd, en de boodschappers spraken de waarheid." 53. Het zal slechts een kreet zijn en ziet! zij zullen allen voor Ons worden gebracht. 54. En op die Dag zal geen ziel onrecht worden aangedaan, noch zult gij worden beloond, behalve overeenkomstig uw daden. 55. Voorwaar, op die Dag zullen de bewoners van de Hemel in (een groot) werk hun geluk vinden. 56. Zij en hun echtgenoten zullen zich in de schaduw op tronen nedervlijen. 57. Zij zullen daar vruchten hebben en alles waar zij om vragen ontvangen. 58. Het woord van de Genadevolle Heer zal (klinken) "Vrede (vrede)." 59. (En Hij zal zeggen): "Houdt u op deze dag terzijde, o gij schuldigen." 60. "Gelastte Ik u niet, o gij kinderen van Adam, dat gij Satan niet zoudt dienen, daar hij een openlijke vijand van u is, 61. Maar dat gij Mij zoudt dienen?" Dat was het rechte pad. 62. Toch deed hij een groot gedeelte uwer dwalen. Hadt gij dan geen verstand? 63. "Dit is de hel waarmede gij werdt bedreigd." 64. Gaat daar thans binnen, omdat gij haar placht te loochenen. 65. Op die Dag zullen Wij hun mond verzegelen, maar hun handen zullen tot ons spreken en hun voeten zullen getuigenis afleggen van alles wat zij hebben bedreven. 66. En als Wij het hadden gewild, konden Wij het licht in hun ogen hebben gedoofd; dan zouden zij zich naar het pad hebben willen haasten. Maar hoe konden zij zien? 67. En indien Wij wilden, zouden Wij hen op hun plaatsen hebben doen verstijven zodat zij noch vóór- noch achteruit konden. 68. En wie Wij een lang leven schenken, doen Wij achteruitgaan in kracht. Willen zij dan niet begrijpen? 69. En Wij hebben hem (de profeet) het dichten niet geleerd, noch is het voor hem passend, dit is slechts een vermaning en een duidelijke verkondiging; 70. Opdat de levenden mogen worden gewaarschuwd en opdat het oordeel tegen de ongelovigen gerechtvaardigd moge zijn. 71. Hebben zij niet gezien, dat onder de dingen die Onze handen gemaakt hebben, Wij vee hebben geschapen, waar zij meesters over zijn? 72. En Wij hebben het aan hen dienstbaar gemaakt, zodat sommige rijdieren zijn, en sommige tot voedsel strekken. 73. En zij hebben er voordelen van en dranken. Willen zij dan niet dankbaar zijn? 74. En zij hebben andere goden naast Allah genomen, hopende dat zij mogen worden geholpen. 75. Dezen kunnen hen niet helpen maar zij zullen als een schare tegen hen worden gebracht. 76. Laat daarom hun spraak u niet verdrieten. Voorwaar, Wij weten wat zij verbergen en wat zij tonen. 77. Heeft de mens niet begrepen dat Wij hem hebben geschapen uit een levenskiem? Doch ziet, hij is klaarblijkelijk een redetwister! 78. En hij zet Ons verhalen voor en vergeet zijn eigen ontstaan. Hij zegt: "Wie kan de beenderen doen herleven als zij vergaan zijn?" 79. Zeg: "Hij, Die hen voor de eerste keer schiep zal hen doen herleven; Hij heeft kennis van de gehele schepping. 80. Hij is het, Die uit een groene boom voor u vuur voortbrengt, en ziet, gij steekt er (uw brandstof) van aan." 81. "Is Hij, Die de hemelen en de aarde schiep, niet in staat hun gelijken te scheppen?" Ja, inderdaad Hij is de Schepper, de Alwetende. 82. Voorwaar, wanneer Hij Zich iets voorneemt is Zijn gebod slechts: "Wees", en het wordt. 83. Glorie zij daarom Hem, in wiens hand de oppermacht over alle dingen is! En tot Hem zult gij worden teruggebracht.
Time GMT - UTC Amsterdam GMT+2 Argentinië GMT-3 Australië-Brisbane GMT+10 Australië-Melbourne GMT+11 Australië-Perth GMT+8 Australië-Tasmanië GMT+11 Azores GMT-1 Baghdad GMT+3 Beijing GMT+8 Berlin GMT+1 Bolivia GMT-4 Brazilië-Amazone GMT-4 Brazilië-Andes GMT-5 Brazilië-Oostkust GMT-2 Brussels GMT+2 BuenosAires GMT-3 Bulgarije-Sofia GMT+2 Canada-Calgary GMT-7 Canada-Nova Scotia GMT-4 Canada-Quebec GMT-5 Canada-Toronto GMT-5 Canada-Vancouver GMT-8 Canada-Winnipeg GMT-6 Canarische eilanden GMT Chicago GMT-6 Chili GMT-4 China GMT+8 China-Taiwan GMT+8 Colombia GMT-5 Cuba GMT-5 Denver GMT-7 Egypte GMT+2 Filipijnen GMT+8 Finland GMT+2 Ghana GMT Griekenland GMT+2 HongKong GMT+8 Honolulu GMT-10 Ijsland GMT Indonesië-Bali,Borneo GMT+8 Indonesië-Irian Jaya GMT+9 Indonesië-Sumatra,Java GMT+7 Irak GMT+3 Italië GMT+2 Jakarta GMT+7 Jamaica GMT-5 Japan GMT+9 Johannesburg GMT+2 Kaapverdische eilanden GMT-1 Kairo GMT+2 Kenya GMT+3 Koeweit GMT+3 Korea(Noord & Zuid) GMT+9 Lima GMT-5 London GMT Maleisië GMT+8 Marokko GMT Mexico City GMT-6 Moscow GMT+3 New York GMT-5 Nieuw Zeeland GMT+13 Oekraine GMT+3 Oezbekistan GMT+5 Pakistan GMT+5 Paris GMT+2 Perth GMT+8 Peru GMT-5 Polen GMT+1 Portugal GMT Rio de Janeiro GMT-2 Roemenië GMT+2 Rusland-Kamchatka GMT+12 Rusland-Kiev/Minsk GMT+2 Rusland-Moskou GMT+3 Rusland-Vladivostok GMT+10 San Francisco GMT-8 Saoedi-Arabië GMT+3 Singapore GMT+8 Spanje GMT+2 Suriname GMT-3 Sydney GMT+11 Tahiti GMT-10 Thailand GMT+7 Tokyo GMT+9 Tonga GMT+12 Turkije GMT+2 Usa-Alaska GMT-9 Usa-Centraal-Oost GMT-6 Usa-Centraal-West GMT-7 Usa-Hawaii GMT-10 Usa-Ooskust GMT-5 Usa-W-Alaska GMT-10 Usa-Westkust GMT-8 Venezuela GMT-4 Vietnam GMT+3 Zuid Afrika GMT+2 Zweden GMT+1
1.
36. Jaa Sien
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
1. Jaa Sien.
2. Bij de Koran, die vol van Wijsheid is,
3. Gij zijt inderdaad één der boodschappers
4. Op het rechte pad.
5. Dit is een openbaring van de Almachtige, de Genadevolle.
6. Opdat gij een volk moogt waarschuwen welks vaderen niet zijn gewaarschuwd en dat achteloos leeft.
7. Het Woord heeft zich reeds bewaarheid ten opzichte van de meesten hunner, want zij geloven niet.
8. Wij hebben om hun hals ijzeren banden gelegd die tot aan hun kin reiken, zodat hun hoofd omhoog geheven blijft,
9. En Wij hebben een hinderpaal vóór hen en een hinderpaal achter hen geplaatst en Wij hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien.
10. En het is hun hetzelfde of gij hen waarschuwt of niet; zij willen niet geloven.
11. Gij kunt slechts hem waarschuwen die de vermaning zou willen volgen en de Barmhartige in het verborgene vrezen. Geef hem daarom blijde tijdingen van vergiffenis en een ruime beloning.
12. Voorzeker, Wij zijn het Die de doden doen herleven, en wat zij doen, optekenen evenals de sporen die zij nalaten en Wij hebben alle dingen in een duidelijk boek geschreven.
13. Geef hun de gelijkenis van de bewoners ener stad , to en de boodschappers tot haar kwamen.
14. Wij zonden tot hen twee boodschappers maar zij verloochenden dezen waarop wij hen met een derde versterkten en zij zeiden: "Waarlijk, wij zijn tot u gezonden."
15. Zij (de bewoners) antwoordden: "Gij zijt slechts mensen zoals wij en de Barmhartige heeft u niets geopenbaard; gij liegt slechts."
16. Zij zeiden: "Onze Heer weet dat wij inderdaad tot u zijn gezonden.
17. Op ons rust slechts de duidelijke verkondiging (der boodschap)."
18. Het volk zeide: "Waarlijk, wij beschouwen u als een slecht voorteken; als gij niet ophoudt, zullen wij u gewis stenigen en een pijnlijke straf zal zeker onzerzijds over u komen."
19. Zij antwoordden: "Uw onheil is bij u. Zegt gij dit omdat gij vermaand zijt? Neen, gij zijt een volk dat alle perken te buiten gaat."
20. En er kwam een man aanhollen van het verste gedeelte der stad; hij zeide: "O mijn volk, volg de boodschappers;
21. Volg hen, die van u geen beloning vragen en die goed geleid zijn.
22. En welke reden heb ik, dat ik Hem, Die mij schiep en tot Wie gij zult worden teruggebracht, niet zou aanbidden?
23. Zal ik anderen tot goden nemen naast Hem? Indien de Barmhartige kwaad met mij zou voorhebben, zou hun bemiddeling mij niets baten noch kunnen zij mij redden.
24. Dan zou ik inderdaad in openlijke dwaling verkeren.
25. Ik geloof in uw Heer, luistert daarom naar mij."
26. Er werd gezegd: "Ga het paradijs binnen." Hij riep uit: "O, als mijn volk slechts wist,
27. Hoe mijn Heer mij vergiffenis heeft geschonken en mij tot een der geëerden heeft gemaakt!"
28. En Wij zonden na hem geen schare (van engelen) uit de hemel neder (tot zijn volk) noch zenden Wij die ooit (op die wijze) neder.
29. Het was slechts een enkele kreet en ziet; zij waren als uitgeblust.
30. Wee, over de mensen: er komt geen boodschapper tot hen of zij bespotten hem.
31. Hebben zij niet gezien, hoeveel geslachten Wij vóór hen hebben vernietigd, die niet tot hen terugkeren?
32. Maar gewis, allen zullen tezamen voor Ons worden gebracht.
33. En de dorre aarde is voor hen een teken; Wij doen deze herleven en brengen graan uit haar voort, waarvan zij eten.
34. En Wij hebben er tuinen van dadelpalmen en druiven aangelegd en Wji deden er bronnen ontspringen,
35. Opdat zij van de vruchten daarvan mogen eten, en genieten van hetgeen hun handen toebereiden. Willen zij dan niet dankbaar zijn?
36. Glorie zij Hem, Die alles in paren schiep van hetgeen op aarde groeit en van hen zelf en van hetgeen zijn nog niet kennen.
37. En voor hen is de nacht een teken. Wij nemen de dag weg en ziet! zij zijn in duisternis.
38. En de zon beweegt zich naar haar bestemming. Dat is het gebod van de Almachtige, de Alwetende.
39. En voor de maan hebben Wij fasen bepaald tot zij als een oude tak van een palmboom wordt.
40. De zon mag de maan niet achterhalen noch kan de nacht de dag voorbijstreven. Zij zweven elk in hun eigen baan.
41. En het is voor hen een teken, dat Wij hun nakomelingen in het geladen schip dragen.
42. En Wij zullen voor hen nog iets dergelijks scheppen, waarop zij zullen varen.
43. En indien Wij willen, zullen Wij hen doen verdrinken, er zal dan voor hen geen helper zijn noch kunnen zij gered worden,
44. Dan door Onze barmhartigheid en als tijdelijk genot (voor hen op aarde).
45. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Behoedt u tegen hetgeen vóór u is en hetgeen achter u is, opdat u barmhartigheid moge worden betoond."
46. Maar er komt geen teken tot hen van de tekenen van hun Heer, of zij wenden er zich van af.
47. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Besteedt van hetgeen Allah u heeft geschonken," zeggen de ongelovigen tot de gelovigen, "Moeten wij hem voeden? Indien het Allah behaagde zou Hij hem hebben kunnen voeden. Gij verkeert slechts in een klaarblijkelijke dwaling."
48. En zij zeggen: "Wanneer zal deze Belofte worden vervuld, als gij de waarheid spreekt?"
49. Zij wachten slechts op een plotselinge straf die hen zal overkomen terwijl zij nog aan het redetwisten zijn.
50. En zij zullen geen testament meer kunnen maken noch zullen zij tot hun families terugkeren.
51. En de bazuin zal worden geblazen, en ziet! zij zullen zich vanuit hun graven naar hun Heer haasten.
52. Zij zullen zeggen: "O wee ons, wie heeft ons van onze slaapplaatgen gewekt? Dit is hetgeen de Barmhartige heeft beloofd, en de boodschappers spraken de waarheid."
53. Het zal slechts een kreet zijn en ziet! zij zullen allen voor Ons worden gebracht.
54. En op die Dag zal geen ziel onrecht worden aangedaan, noch zult gij worden beloond, behalve overeenkomstig uw daden.
55. Voorwaar, op die Dag zullen de bewoners van de Hemel in (een groot) werk hun geluk vinden.
56. Zij en hun echtgenoten zullen zich in de schaduw op tronen nedervlijen.
57. Zij zullen daar vruchten hebben en alles waar zij om vragen ontvangen.
58. Het woord van de Genadevolle Heer zal (klinken) "Vrede (vrede)."
59. (En Hij zal zeggen): "Houdt u op deze dag terzijde, o gij schuldigen."
60. "Gelastte Ik u niet, o gij kinderen van Adam, dat gij Satan niet zoudt dienen, daar hij een openlijke vijand van u is,
61. Maar dat gij Mij zoudt dienen?" Dat was het rechte pad.
62. Toch deed hij een groot gedeelte uwer dwalen. Hadt gij dan geen verstand?
63. "Dit is de hel waarmede gij werdt bedreigd."
64. Gaat daar thans binnen, omdat gij haar placht te loochenen.
65. Op die Dag zullen Wij hun mond verzegelen, maar hun handen zullen tot ons spreken en hun voeten zullen getuigenis afleggen van alles wat zij hebben bedreven.
66. En als Wij het hadden gewild, konden Wij het licht in hun ogen hebben gedoofd; dan zouden zij zich naar het pad hebben willen haasten. Maar hoe konden zij zien?
67. En indien Wij wilden, zouden Wij hen op hun plaatsen hebben doen verstijven zodat zij noch vóór- noch achteruit konden.
68. En wie Wij een lang leven schenken, doen Wij achteruitgaan in kracht. Willen zij dan niet begrijpen?
69. En Wij hebben hem (de profeet) het dichten niet geleerd, noch is het voor hem passend, dit is slechts een vermaning en een duidelijke verkondiging;
70. Opdat de levenden mogen worden gewaarschuwd en opdat het oordeel tegen de ongelovigen gerechtvaardigd moge zijn.
71. Hebben zij niet gezien, dat onder de dingen die Onze handen gemaakt hebben, Wij vee hebben geschapen, waar zij meesters over zijn?
72. En Wij hebben het aan hen dienstbaar gemaakt, zodat sommige rijdieren zijn, en sommige tot voedsel strekken.
73. En zij hebben er voordelen van en dranken. Willen zij dan niet dankbaar zijn?
74. En zij hebben andere goden naast Allah genomen, hopende dat zij mogen worden geholpen.
75. Dezen kunnen hen niet helpen maar zij zullen als een schare tegen hen worden gebracht.
76. Laat daarom hun spraak u niet verdrieten. Voorwaar, Wij weten wat zij verbergen en wat zij tonen.
77. Heeft de mens niet begrepen dat Wij hem hebben geschapen uit een levenskiem? Doch ziet, hij is klaarblijkelijk een redetwister!
78. En hij zet Ons verhalen voor en vergeet zijn eigen ontstaan. Hij zegt: "Wie kan de beenderen doen herleven als zij vergaan zijn?"
79. Zeg: "Hij, Die hen voor de eerste keer schiep zal hen doen herleven; Hij heeft kennis van de gehele schepping.
80. Hij is het, Die uit een groene boom voor u vuur voortbrengt, en ziet, gij steekt er (uw brandstof) van aan."
81. "Is Hij, Die de hemelen en de aarde schiep, niet in staat hun gelijken te scheppen?" Ja, inderdaad Hij is de Schepper, de Alwetende.
82. Voorwaar, wanneer Hij Zich iets voorneemt is Zijn gebod slechts: "Wees", en het wordt.
83. Glorie zij daarom Hem, in wiens hand de oppermacht over alle dingen is! En tot Hem zult gij worden teruggebracht.